GRIP
GRIP
Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure
Politie, brandweer en GHOR (Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen) vormen de kern van de rampenbestrijdingsorganisatie en werken nauw samen met de gemeenten. Soort en omvang van een incident bepalen de omvang van deze hulpverleningdiensten en rampenbestrijdings-teams. Om daarop te kunnen inspelen zijn in regionaal verband afspraken gemaakt over de opschaling van de hulpverlening. Deze zijn vastgelegd in de Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure (GRIP). GRIP beschrijft de multidisciplinaire opschaling bij incidenten.
Incidenten zijn aan de orde van de dag. Aanrijdingen, ongevallen en branden komen elke dag wel ergens voor. Meestal gaat het om relatief kleine gebeurtenissen, die de politie, brandweer of ambulancediensten zelfstandig kunnen afhandelen. Soms is ook sprake van grotere incidenten of calamiteiten die meer inzet vragen en waarbij verschillende disciplines en gemeentelijke diensten nodig zijn. Hiertoe werken diensten en mensen samen als één rampenbestrijdingsorganisatie.
GRIP gaat dus over opschaling: operationeel én bestuurlijk. Opschaling houdt het vergroten van de inzet van de rampenbestrijdingsorganisatie in en gebeurt naarmate het incident groter wordt en de behoefte aan coördinatie toeneemt. Achtereenvolgens gebeurt dit in het Commando Plaats Incident (CoPI), het Regionaal Operationeel Team (ROT) en uiteindelijk in het Gemeentelijk Beleidsteam (GBT). Bij gemeentegrens overschrijdende calamiteiten wordt een Regionaal Beleidsteam (RBT) samengesteld.
Op 1 november 2007 is GRIP in de regio Zaanstreek-Waterland ingevoerd. Dit houdt in dat er vanaf deze datum bij incidenten, rampen en zware ongevallen door alle operationele diensten en gemeenten volgens dezelfde opschalingssystematiek wordt gewerkt en dat iedereen dezelfde taal spreekt.
Een multidisciplinaire werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van gemeente, politie, GHOR, regionale brandweer en het veiligheidsbureau heeft het theoretisch kader opgesteld. In dit document zijn de uitgangspunten van GRIP beschreven. GRIP Zaanstreek-Waterland sluit aan bij het landelijke referentiekader GRIP. Op onderdelen is dit kader aangepast aan de lokale situatie. Onlangs is het theoretisch kader samengevat in een brochure.
Om GRIP binnen de regio goed bij iedereen ‘tussen de oren’ te krijgen is meer nodig dan het verspreiden van een brochure en het openbaar maken van het theoretisch kader. GRIP moet ook worden doorgevoerd in rampenplannen, draaiboeken en procedures. Daarnaast is het noodzakelijk GRIP te verankeren in verschillende opleidings- en oefenplannen. Op deze manier weten de functionarissen die met GRIP te maken krijgen wat hun taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn. Ook gaan we werken aan het opstellen van functie- en competentieprofielen en aan het ontwikkelen van een evaluatiesystematiek. Dit alles lukt niet vóór 1 november. In 2008 slaan we hiermee een belangrijke slag en ook daarna moet GRIP ‘onderhouden’ worden. Hiertoe start op korte termijn een multidisciplinair project.
Projectleider GRIP is Christel Cools. Voor eventuele vragen over het project kunt u bij haar terecht op telefoonnummer: 075 - 68 11 862. Of u kunt een e-mail sturen naar: grip@vrzw.nl.
Het theoretisch kader GRIP en/of de GRIP brochure kunt u op deze pagina downloaden.
