sport

Monumenten & Archeologie

Zaanstad is als gemeente een vrij jonge stad: ruim 30 jaar. In 1974 is de gemeente ontstaan uit samenvoeging van de stad Zaandam en zes dorpen. Echter, deze stad en zes dorpen zijn een stuk ouder. Zo heeft archeologisch onderzoek aangetoond dat Assendelft al in de IJzertijd (600 – 0 v. Chr) tijdelijk bewoond was en dat deze plaats vanaf ongeveer het jaar 1000 na Christus definitief werd bewoond. Westzaan, Krommenie en Krommeniedijk, die samen tot de heerlijkheid ‘Zaanden’ behoorden, dateren uit de 12de of 13de eeuw. Het gezamenlijke verleden van Zaanstad is dus een stuk ouder dan 30 jaar.

Er is weinig bekend over bewoning aan de Zaan vóór de late Middeleeuwen. Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat al in de prehistorie het westelijk deel van Zaanstad was bewoond. In de IJzertijd (600 – 0 v. Chr.) en de Romeinse Tijd (0- 200 n. Chr.) bouwden boeren hier hun huizen. Door wateroverlast waren zij uiteindelijk gedwongen het gebied te verlaten. In de 9de en 10de eeuw na Chr. trokken de eerste veeboeren het gebied weer binnen. Zij weidden hun koeien in het veenmoeras dat Zaanstad toen was. Kennelijk beviel het gebied hun wel, want vanaf het einde van de 10de eeuw bouwden boeren boerderijen in het veen. De bebouwing stond verspreid door het veld. Daar waar de Zaan in het IJ uitmondde lag een kleine nederzetting, Oud-Zaanden, die in 1150 door de Friezen belegerd werd.

Door wateroverlast werd de nederzetting later verlaten. Na 1300 concentreerde de bebouwing zich in lange linten, de huidige dorpen Krommenie, Westzaan en Assendelft. In dezelfde periode werden langs de Zaan dijken gebouwd en aan de monding van de Zaan kwam een dam te liggen. Rond deze Dam vestigden zich ook mensen, waarschijnlijk afkomstig uit Oud-Zaanden, en zo ontstond Zaandam. Vanaf de 15de eeuw raakten de Zaanoevers bewoond en zo ontstonden aan de westoever de Westzijde, Koog a/d Zaan, Zaandijk, Wormerveer en West-Knollendam en op de oostoever de Oostzijde en het Kalf. De nederzetting rond de Dam viel uiteen in twee nederzettingen: Westzaandam en Oostzaandam die langzaam maar gestaag groeiden.

Aan het eind van de 16de eeuw verbood de stad Amsterdam de bouw van houtzaagmolens in de stad. Dit om de handzagers van de stad, die verenigd waren in machtige gilden, tegemoet te komen. In de nederzettingen aan de Zaan waren geen gilden en werden in rap tempo houtzaagmolens opgericht: molens betekenden werk en welvaart. In 1630 waren er 53 houtzaagmolens werkzaam aan de Zaan. Het handzagersgilde in Amsterdam was inmiddels opgedoekt.

Naast houtzaagmolens waren er ook andere vormen van bedrijvigheid: de houthandel, de scheepsbouw en de walvisvaart. Op 65 werven aan de Zaan werden schepen gebouwd die over de hele wereld verkocht werden. In 1697 kwam czaar Peter de Grote speciaal naar Zaandam om de scheepsbouw te bestuderen. Het huisje waar de tsaar toen heeft gelogeerd bestaat nog steeds en is een museum dat u kunt bezoeken.

LassieDe eerste molens waren water, meel- en houtzaagmolens, maar later werden molens voor veel meer doeleinden gebruikt. Zo verwerkten de Zaanse molens ook cacao, mosterd, verf en papier. Door deze windmolens is de Zaanstreek de geschiedenis ingegaan als het oudste industriegebied van Europa. In het midden van de 19de eeuw verruilden de Zaankanters langzamerhand hun windmolens voor stoommachines. Op deze manier kon de Zaanse industrialisatie onverminderd doorgaan en bleef de Zaanstreek een belangrijk industriegebied.
Grote multinationals ontstonden aan de Zaan. Namen als Verkade, Ahold, Bruynzeel, Honig en Duyvis klinken iedereen bekend in de oren. Ook nu nog zijn deze bedrijven gevestigd in de Zaanstreek en is Zaanstad nog steeds de grootste cacaoverwerker van Europa.

In 1974 werden de dorpen Krommenie, Wormerveer, Assendelft, Westzaan, Zaandijk, Koog a/d Zaan en de stad Zaandam verenigd in de gemeente Zaanstad. Dit ging niet geheel zonder strijd. Bewoners van de gemeenten Krommenie, Assendelft en in mindere mate Zaandijk verzetten zich hevig tegen de samenvoeging. Toch werden in 1974 de dorpen bij de stad getrokken en vermengde de industrie op de Zaanoevers zich met de agrarische economie van het achterland. Zaanstad geldt nog steeds als industriestad, al is het niet meer te vergelijken met vroeger. Toch werkt nog steeds zo´n 22 procent van de beroepsbevolking in de industrie. Zes procent boven het landelijk gemiddelde.