sport.jpg

Archeologie

Al in de 18de eeuw werd bekend dat in de Zaanse bodem verborgen resten uit een ver verleden liggen. Bij het graven van de Nieuwe Haven in Zaandam in 1737 trof men tussen de huidige Provincialeweg en de Houthavenkade oude scherven en botten aan. Men vermoedde dat deze afkomstig waren van het in 1155 door de West- Friezen belegerde dorp Zaanden, later Oud-Zaenden (of Out-Saenden) genaamd.

Bij de aanleg van de Hembrug in 1905 werden iets ten zuiden van Oud-Zaenden soortgelijke vondsten gedaan. Het betrof een grafkist, gemaakt van een uitgeholde boomstam en scherven uit de 11de of 12de eeuw. Deze vondsten zijn onderzocht door prof. dr. J.H. Holwerda, conservator van het Rijksmuseum voor Oudheden te Leiden. Dit is waarschijnlijk het eerste professionele archeologische onderzoek in de Zaanstreek geweest. Nadien gebeurde er weinig op het gebied van archeologie. De Middeleeuwen waren in de ogen van de toenmalige archeologen niet belangrijk en prehistorie kwam volgens hen in de Zaanstreek niet voor.

Na de Tweede Wereldoorlog veranderde dit echter. Amateurarcheologen namen in 1955 het initiatief voor een systematisch onderzoek. Al snel blijkt dat de Zaanstreek wel degelijk een prehistorische geschiedenis heeft. Vooral de prehistorische, inheems-romeinse en middeleeuwse nederzettingen in Assendelft en Krommenie werden onderwerp van onderzoek.

Er volgde een samenwerking tussen amateurarcheologen en professionele archeologen van de Universiteiten en de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Door dit onderzoek is veel over de prehistorische geschiedenis van de Zaanstreek bekend geworden en kon een reconstructie van de middeleeuwse ontginning van het veengebied worden gemaakt.

Later richtte men zich ook op het weidegebied rond Westzaan en op de Zaanoevers, waar resten van middeleeuwse bewoning en overblijfselen uit de 16de, 17de en 18de eeuwse industrie te vinden waren. Het laatste grote archeologische onderzoek, uitgevoerd in 1998 en 1999, betrof de resten van enige 16de tot 18de eeuwse scheepswerven aan de Hogendijk in Zaandam.

Nadien zijn andere onderzoeken gedaan. Langs de westelijke Zaanoever, in Zaandijk, is een onderzoek geweest naar de 17de en 18de-eeuwse bewoning langs de Zaan. In Assendelft is het landschap rond de IJzertijd-nederzetting aldaar onderzocht terwijl aan het Vlietsend een middeleeuwse akkerlaag met aanwijzingen voor bewoning in de directe omgeving zijn gevonden. Een 10de-eeuwse scherf uit Assendelft en wat 10de of 11de-eeuwse scherven langs de Noorderham bij Krommenie geven aan dat de bewoningsgeschiedenis van de Zaanstreek ingewikkelder in elkaar zit dan tot nu toe wordt aangenomen.

Maar er wordt niet alleen onderzoek gedaan. De gemeente streeft er ook naar om archeologisch waardevolle terreinen in zijn geheel te bewaren. Daarom zijn negen terreinen in Wormerveer, waarop resten van vijverlanden liggen, aangewezen als gemeentelijke archeologische monumenten. Het rijk heeft een terrein in Krommenie met resten van bewoning uit de Romeinse tijd tot beschermd archeologisch rijksmonument gemaakt.