Gemeentelijk archeologisch beleid
De opgraving aan de Hogendijk was een belangrijke stimulans voor de archeologie in Zaanstad. Samen met de invoering van Het Verdrag van Malta was dit aanleiding om vanaf 1 april 2000 een gemeentelijk archeoloog aan te stellen. Eén van zijn belangrijkste taken was het opzetten van een gemeentelijk beleid.
Het doel van het gemeentelijk beleid is de archeologische vindplaatsen in de bodem te bewaren. Is dit niet mogelijk, dan zullen de vindplaatsen moeten worden opgegraven. In plannen waar de gemeente bij betrokken is wordt er naar gestreefd om aan dit principe te voldoen. Particulieren worden door de gemeente gewezen op hun verantwoording voor het bodemarchief. In een vroegtijdig stadium wordt archeologie betrokken bij het opstellen van bestemmingsplannen, bouwplannen en andere ontwikkelingsplannen waardoor bescherming of opgraven van archeologische vindplaatsen al bij de planvorming ter sprake komt.
De gemeente beschikt over een eigen opgravingsbevoegdheid en een eigen depot voor bodemvondsten. Kleine opgravingen worden door de gemeentelijk archeoloog uitgevoerd, grotere onderzoeken (die langer duren dan twee weken) worden uitbesteed aan particuliere onderzoeksbureaus.
