Beleidsnotitie: Vaartuig in goede staat van onderhoud
De gemeente stelt ligplaatsen beschikbaar aan de gemeentelijke kades. Iedereen die gebruik wil maken van een ligplaats moet akkoord gaan met de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van gemeentelijke ligplaatsen (AVW).
In artikel 23.1 van de AVW staat dat een vaartuig in een goede staat van onderhoud moet worden gehouden. In de praktijk blijkt dat niet altijd duidelijk is wat hieronder wordt verstaan. Hierdoor kunnen verschillende verwachtingen ontstaan tussen de gemeente en de eigenaar van een vaartuig.
Met deze beleidsnotitie legt de gemeente uit wanneer een vaartuig voldoet aan de eis van een goede staat van onderhoud.
Doel van deze beleidsnotitie
Deze beleidsnotitie geeft duidelijkheid aan eigenaren van vaartuigen en aan medewerkers van de gemeente. De notitie zorgt ervoor dat aanvragen voor ligplaatsen op een gelijke en transparante manier worden beoordeeld en voortgezet.
Het uitgangspunt is dat vaartuigen veilig zijn, goed worden onderhouden en passen bij de uitstraling van de gemeentelijke kades.
Een vaartuig dat gebruikmaakt van een ligplaats waarop de AVW van toepassing zijn, moet aan de volgende eisen voldoen.
3.1 Veiligheid en technische staat
Het vaartuig mag geen duidelijke tekenen vertonen dat het risico loopt te zinken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn door achterstallig onderhoud, ernstige beschadigingen of onvoldoende zorg voor het vaartuig.
Voorbeelden hiervan zijn:
- een verroeste of rotte romp;
- een verroeste of rotte opbouw;
- beschadigde tuigage;
- kapotte of lekkende ramen;
- andere ernstige gebreken waardoor de veiligheid of waterdichtheid in gevaar komt.
3.2 Bescherming tegen regenwater
Open vaartuigen en vaartuigen die niet zelflozend zijn, moeten goed zijn afgedekt tegen regenwater. Dit voorkomt dat het vaartuig volloopt en schade oploopt.
De afdekking moet deugdelijk zijn, bijvoorbeeld met een goed passend afdekzeil of een op maat gemaakte boothoes. Versleten, slecht bevestigde of ontsierende dekzeilen voldoen niet aan deze eis.
3.3 Identificatie van het vaartuig
Het vaartuig moet zijn voorzien van:
- een duidelijk leesbare scheepsnaam aan beide zijden;
- een thuishaven;
- een bij de gemeente bekende eigenaar.
Hiermee wordt aangesloten bij artikel 2.02 van het Binnenvaartpolitiereglement.
3.4 Brandveiligheid
Vaartuigen met een benzinebinnenmotor of een buitenboordmotor met een benzinevoorraad van meer dan 10 liter moeten beschikken over een goed werkend handblusmiddel met voldoende capaciteit dat geschikt is voor het blussen van branden met brandbare vloeistoffen.
3.5 Gasinstallaties
Wanneer een vaartuig beschikt over een gasinstallatie voor koken of andere doeleinden, moet deze installatie voldoen aan de algemeen geldende veiligheidsnormen en voorschriften.
3.6 Vaarvaardigheid
Een vaartuig moet zelfstandig kunnen varen. Wanneer sprake is van een storing aan de motor, krijgt de eigenaar maximaal 72 uur de tijd om deze storing te verhelpen. Gedurende deze periode hoeft de motor niet gebruiksklaar te zijn.
3.7 Uiterlijke staat
Een vaartuig moet goed worden onderhouden en mag geen afbreuk doen aan het uiterlijk van de gemeentelijke kades.
Dit betekent onder meer dat het vaartuig:
- schoon en verzorgd is;
- goed is geschilderd of afgewerkt;
- geen ernstige beschadigingen vertoont;
- geen achterstallig onderhoud laat zien.
Normale gebruikssporen of slijtage die passen bij de leeftijd van het vaartuig zijn hierbij toegestaan, zolang deze geen afbreuk doen aan de veiligheid of de uitstraling van het vaartuig.
3.8 Wettelijke voorschriften
Het vaartuig moet voldoen aan de geldende wettelijke voorschriften, waaronder de bepalingen uit het Binnenvaartpolitiereglement.
De gemeente beoordeelt of een vaartuig voldoet aan de eisen uit deze beleidsnotitie. Daarbij wordt gekeken naar het totale beeld van het vaartuig. Een klein gebrek hoeft niet direct te betekenen dat een vaartuig niet voldoet. Wanneer meerdere gebreken aanwezig zijn of wanneer sprake is van achterstallig onderhoud, kan de gemeente concluderen dat het vaartuig niet in een goede staat van onderhoud verkeert.
Wanneer een vaartuig in een slechte of zeer slechte staat van onderhoud verkeert, kan de gemeente een ligplaats weigeren.
Van deze regel kan worden afgeweken wanneer de eigenaar een realistisch restauratieplan overlegt. In dit plan moet in ieder geval staan:
- welke werkzaamheden worden uitgevoerd;
- binnen welke termijn de werkzaamheden worden afgerond;
- op welke werf of locatie het vaartuig wordt gerestaureerd.
De gemeente beoordeelt of het restauratieplan voldoende vertrouwen geeft dat het vaartuig binnen een redelijke termijn weer aan de gestelde eisen zal voldoen.
De eisen uit deze beleidsnotitie sluiten aan bij de normen die ook door andere gemeenten en jachthavens worden gehanteerd. De gemeente acht deze eisen daarom redelijk en haalbaar voor eigenaren van vaartuigen.
Deze beleidsnotitie vormt een nadere uitleg van artikel 23.1 van de Algemene Voorwaarden voor het gebruik van gemeentelijke ligplaatsen en wordt gebruikt bij de beoordeling van aanvragen en het toezicht op bestaande ligplaatsen.