Natuurvriendelijk maaien

De gemeente maait gras en bermen met aandacht voor de natuur. Dat betekent dat we niet overal op dezelfde manier maaien. Op sommige plekken maaien we minder vaak of laten we het gras hoger staan. Zo krijgen bloemen en kruiden de ruimte om te groeien. Dat is goed voor bijen, vlinders en andere dieren. Zij vinden er eten en een plek om te schuilen. Zo zorgen we voor meer natuur en een gezondere omgeving om in te leven. Minder maaien is dus geen bezuiniging, maar een bewuste keuze. Op plekken waar het verkeer goed moet kunnen zien en op speel- en hondenveldjes maaien we wel vaker en houden we het gras kort.

Wat maaien we en wanneer?

De tabel hieronder laat zien welke soorten gras we maaien, wanneer en hoe vaak.

Soort grasPeriode waarin we maaienAantal maaibeurten
Recreatief grasveld (kort gras)April-oktober20-25 keer per jaar
Hondenuitrenzone (kort gras)April-oktober20-25 keer per jaar
Grasveld (ruw gras)Juni-oktober2 keer per jaar
Uitzichthoek (ruw gras)Juni-oktober4 keer per jaar
Bloemrijk gras of bermHalf juni, september2 keer per jaar
Bonte bermOktober1 keer per jaar
Riet of natuurlijke oeverNovember-half december1 keer per jaar

Meer over de soorten gras en bermen

Hieronder ziet u per soort gras en berm wat de kenmerken zijn, hoe we deze maaien en waarom. Klik op het pijltje rechts naast de naam om alle informatie te lezen.

Recreatief grasveld

Kort gras vindt u in parken, op ligweides en speelvelden. Dit gras maaien we 20 tot 25 keer per jaar. Zo blijft het geschikt om te sporten, spelen en recreëren. We maaien om bloemen zoals madeliefjes en paardenbloemen heen. Het gemaaide gras laten we liggen. Dit voedt de bodem en zorgt voor een sterke grasmat.

Hondenuitrenzone

Uitrenzones zijn speciaal voor honden om te spelen en los te lopen. Net als bij kort gras (grasvelden) maaien we dit 20 tot 25 keer per jaar.

Grasveld

Ruw gras vindt u in bermen en op grasvelden die minder intensief worden gebruikt voor sport, spel en recreatie. Dit gras maaien we twee keer per jaar. Zo krijgt natuurlijke, spontane begroeiing, zoals brandnetels en distels, de ruimte om te groeien.

Uitzichthoek

Uitzichthoeken zijn plekken waar goed zicht belangrijk is voor de verkeersveiligheid, zoals bij opritten, afritten en kruisingen. Hier groeit ruw gras.  Dit maaien we vaker, namelijk vier keer per jaar, met een klepelmaaier. Die hakt het gras fijn. Op fietsroutes en langs provinciale wegen maaien we nog vaker. Daar houden we een deel van het gras kort en laten we de rest groeien. 

Bloemrijk gras of berm bestaat uit hoger gras met kruiden en bloemen die op een natuurlijke manier groeien. Dit type gras is belangrijk voor de natuur en voor dieren zoals vogels, bijen en vlinders. We maaien dit gras twee keer per jaar. Bij het maaien verwijderen we het gemaaide gras, zodat de bodem minder voedzaam wordt. Daardoor krijgen bloemen en kruiden meer ruimte om te groeien en neemt de biodiversiteit verder toe. 

In bonte bermen groeien bloemen en bloembollen die de gemeente heeft ingezaaid. Het zijn inheemse soorten die van nature in Nederland voorkomen. Deze bermen horen bij duurzaam groenbeheer. Ze zorgen voor meer groen in de buurt en zijn goed voor de natuur. De bloemen zijn zo gekozen dat er steeds andere soorten bloeien, waardoor er het hele bloeiseizoen variatie is.

Langs sloten en vaarten groeien riet en andere oeverplanten. Deze planten zijn belangrijk voor dieren zoals vissen, amfibieën en vogels. Ze vinden hier een plek om te schuilen en te leven. We maaien deze oevers één keer per jaar of minder. Dat doen we in het najaar, zodat we broedende vogels niet storen. We laten altijd een deel van de planten staan. De rest maaien we het jaar daarna. Zo blijft er elk jaar genoeg beschutting. 

Minder maaien in mei

In mei doen we mee aan ‘Maai Minder’ (voorheen ‘Maai Mei Niet’). We stoppen niet helemaal met maaien, maar doen het wel minder vaak. Dat doen we bewust. In deze periode bloeien veel bloemen. Door minder te maaien krijgen zij de ruimte om te groeien en te bloeien. Dat is belangrijk voor vogels en insecten. Zij vinden hier voedsel en een plek om te schuilen.

Begrazing door schapen en hooglanders

Op sommige plekken zetten we schapen in om het gras en de planten te beheren. Dat doen we van maart of april tot en met oktober. Schapen houden het gras op een natuurlijke manier kort en zorgen voor afwisseling in de begroeiing. Ze eten ook planten zoals de Japanse Duizendknoop en Berenklauw. Zo helpen ze om deze sterke, ongewenste planten terug te dringen. 

In het Vijfhoekpark in Zaandam en het Happébos in Assendelft lopen ook Schotse hooglanders. Ook zij helpen daar om het gras en het landschap op een natuurlijke manier te onderhouden.

Veelgestelde vragen

Teken komen vooral voor in en rond bossen. Daar is het vochtig, en dat hebben teken nodig om te overleven. Onderzoek laat zien dat de manier waarop de gemeente maait niet zorgt voor meer teken dan er nu al zijn. Controleer uzelf en uw huisdieren wel altijd goed na een wandeling. 

Grasaren komen vooral voor vanaf juni. Ze groeien op zonnige plekken waar veel gelopen wordt, op droge zandgrond en op plekken waar mest ligt, zoals hondenpoep. In dicht gras met veel bloemen en kruiden komen ze minder vaak voor. 

Grasaren kunnen vervelend zijn voor honden. Daarom letten we goed op uitrenzones waar veel honden komen. Daar maaien we het gras op tijd om te voorkomen dat grasaren ontstaan. Ook maaien of steken we de randen langs straten en stoepen en halen we onkruid weg. Zo verkleinen we de kans op grasaren. 

We maaien bloemen op sommige grasvelden. Deze plekken zijn bedoeld voor sport, spel en recreatie. Als we niet maaien, wordt het gras te hoog en kunnen er struiken gaan groeien. Het afmaaien is niet schadelijk. Paardenbloemen, madeliefjes en klavers groeien laag bij de grond en kunnen goed tegen maaien. Ze staan vaak al binnen een week weer in bloei. 

Dat hangt af van het soort gras en het doel van de plek. Bij kort gras, zoals in parken, op ligweides en speelvelden, laten we het gemaaide gras liggen. Dat voedt de bodem en zorgt voor een sterke grasmat. Bij ander gras, zoals bloemrijk gras en bermen, halen we het gemaaide gras juist weg. Zo wordt de bodem minder voedzaam. Daardoor krijgen bloemen en kruiden meer ruimte om te groeien. 

We laten uitgebloeide bollen en het blad altijd nog even staan. Het blad vangt zonlicht en geeft voeding terug aan de bol. Zo kan de bol energie opslaan voor het volgende jaar. Als het blad op de grond ligt, wordt een deel ook opgenomen in de bodem. Dat helpt de bodem en de planten. Halen we het te vroeg weg, dan groeien er het jaar daarna minder bloemen. 

Ja, dat kan. U kunt een stukje gras adopteren en daar zelf bloemen of kruiden planten. Dit kan ook samen met uw buren. Wilt u een stukje gras adopteren? Laat het ons weten. We denken graag met u mee en nemen contact met u op om samen te kijken wat mogelijk is.

Ziet u een plek waar het gras zo hoog is dat het onveilig kan zijn, bijvoorbeeld bij een kruising of fietspad? Meld dit dan bij de gemeente. Wij kijken er zo snel mogelijk naar en nemen waar nodig maatregelen.