Kap en herplant slechte of dode bomen

Wij willen bomen gezond blijven en zo oud mogelijk worden. Toch moeten we soms een boom weghalen. Bijvoorbeeld als een boom ziek is of ernstig beschadigd is door een storm. In zulke gevallen kan een onveilige situatie ontstaan. De boom wordt dan gekapt en vervangen.

Alle gemeentelijke bomen worden eens in de 4 jaar gecontroleerd. Dit heet een boomveiligheidscontrole. We controleren de bomen wijk voor wijk. Is een boom ernstig ziek of in slechte staat? En kan het probleem niet worden opgelost met bijvoorbeeld snoeien? Dan moet de boom worden gekapt. In Zaanstad kappen we jaarlijks ongeveer 200 tot 400 bomen die in slechte conditie verkeren of al dood zijn.

Een boom wordt gekapt als:

  • deze (bijna) helemaal dood is
  • er zware stormschade is;
  • er zwammen groeien die wortels, stam of takken aantasten;
  • de stam van binnen is weggerot en hol is geworden;
  • er sprake is van een ernstige ziekte, zoals watermerkziekte of kastanjebloedingsziekte;
  • de boom door ouderdom breukgevoelig is geworden.

Kapvergunningen

Voor het kappen van bomen die nog leven maar in slechte conditie verkeren, vraagt de gemeente een omgevingsvergunning aan. De gemeente markeert deze bomen met een lint om de stam. Op het lint staat dat de boom wordt gekapt. Is de vergunning verleend? Dan kunt u binnen zes weken bezwaar maken. In deze periode vindt de kap nog niet plaats.

Voor het kappen van dode bomen is geen vergunning nodig. Omdat duidelijk zichtbaar is dat de boom dood is, krijgt deze boom geen lint.

Planten van nieuwe bomen

Voor iedere boom die wordt gekapt, plant de gemeente minimaal één nieuwe boom terug. Dit heet de herplantplicht. Als de locatie geschikt is, komt de nieuwe boom op dezelfde plek terug. Is dat niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat er te weinig ruimte is om uit te groeien tot een sterke volwassen boom? Dan plant de gemeente de boom op een andere geschikte plek in de buurt.